Depressief.

oktober 24, 2006

Ik ben ongelukkig. Depressief noemt mijn dokter het. Een mooi woord voor een ongeneeslijke ziekte opgelopen in mijn jeugd. Elke ochtend zie ik in de spiegel het monster dat in mij huist. Elke dag neem ik me voor om het te vermoorden, elke dag vermoordt het mij weer een stukje verder. Ik ben ongelukkig.

Ik ben op weg naar de kliniek. Al lang te laat voor mij. Maar misschien niet voor kleine Tim. Ik help hier part-time. Vrijwilligerswerk. Gespecialiseerd in moeilijke gevallen. Tim is ook een monster. In zijn vroege jeugd zwaar seksueel misbruikt door zijn vader. Tim had er zelf om gevraagd zei de hufter. Over een paar jaar komt hij weer vrij. Het vermogen groeit gestaag op zijn Zwitserse bankrekening. De video’s met Tim waren een groot succes. Hij wil emigreren naar Thailand na zijn vrijlating.
Het paradijs voor kinderverkrachters. De hel voor zijn nieuwe slachtoffertjes. “Mijn liefde voor kinderen is grenzeloos” zei hij tijdens de rechtszaak. Meedogenloos bedoelde hij waarschijnlijk.

Timmie zit weer in zijn hoekje. De rectale verzakking is operatief rechtgetrokken. Zijn geestelijke verzakking laat zich niet opereren. Het monstertje kijkt op en grijnst naar me. Ik grijns terug. Ik herken het monstertje. De volwassen uitvoering zit in mij. De kamer is kaal. Een stoel, een tafel en een lamp in het plafond. Ik ga zitten en steek een sigaret op. Het monstertje loert naar me. Het heeft nog pret over mijn voorganger. Die mist nu twee vingers. Hij aaide het monstertje over de bol. Heel lief. Heel erg dom. De kleine, vlijmscherpe tanden van het monstertje wisten wel raad met die vingers.

Plotseling word ik vol in mijn gezicht geraakt door een tennisbal. Ik voel de buil opzwellen. Iemand wil de deur van de kamer openmaken. Een staflid waarschijnlijk die door de eenzijdige spiegel in de wand meekijkt naar mijn “therapie”. Ik vloek hem stijf. De deur blijft dicht. Het monstertje heeft grote schik. Ik ook. Ik druk mijn sigaret uit. Ik veins het opschrift op de tennisbal te lezen. Onverwacht werp ik met volle kracht de bal tegen het lichaam van het monstertje. Het spel is begonnen.

Het volgende kwartier vliegen de ballen in het rond. Grote lol. Dan raak ik het vol in de maag en het monstertje klapt dubbel van de pijn. Als het hoofdje weer omhoog komt zijn de verschrikkelijke keelachtige geluiden van het afgelopen kwartier verdwenen.Timmie zegt dat hij pijn heeft en begint te huilen. De eerste menselijke reactie in vier maanden. Ik benader hem behoedzaam. Ik kijk naar zijn ogen. Het monstertje is weg. Voor nu. Hij klemt zich vast aan me. Een lief, klein, bang ventje.

Suzanne doet de deur open. Zij is het hoofd van de kliniek. Een engel voor de kinderen hier. De duivel zelf voor de daders. Ik gooi halfhartig de bal naar haar toe. Ze bukt op tijd maar laat Timmie’s dossier vallen. Vijftien centimeter dik. Vijftien centimeter ellende. Vijftien centimeter teveel. Timmie krijgt de slappe lach en ik dirigeer hem naar Suzanne. Ze kijkt me verbijsterd aan. Zoals gewoonlijk.

Ik rij naar huis. Ik tril van opgekropte emoties. Ik wil huilen om de pijn weg te krijgen. Tevergeefs. Huilen heb ik reeds lang verleerd. Ik hoop dat Timmie beter wordt. Dat het monstertje niet meer terugkeert. Ik weet beter. Mijn monster lacht.

Arthur Rooke .

Want, de wereld is mooier met jou.

Ook als je zingt… of danst… of piano speelt.

It’s your sadness, idiot!

oktober 12, 2006

Vandaag heeft Gilles Deleuze, een structuralistische filosoof, zijn intrede gedaan in mijn kennis van de gezinstherapie.

Alles is als een rizoom, als een netwerk van wortels dat net onder de oppervlakte ligt. Alles is een wisselwerking van verbindingen.We hebben gras in ons hoofd, of bamboe. Alles is chaos, alles is complex. Niets is nog te voorspellen dus niets is nog simpel.

Het boek “Milles Plateaus” schijnt even chaotisch te zijn als de theorie die erachter zit. Het is onleesbaar, maar het draait hem niet om de woorden te lezen die er staan, het draait erom het boek als geheel te vatten. Woorden op zich zijn immers niet te vatten aangezien ze alles opdelen en begrijpelijk proberen maken. Maar het geheel valt niet op te delen want alles is een wisselwerking! …
Toen Deleuze zijn leven gelaten had, schreef een vriend van hem het volgende:
“He was too tough to experience disappointments and resentments — negative affections. In this nihilist fin de siècle, he was affirmation. Right through to illness and death. Why did I speak of him in the past? He laughed, he is laughing, he is here. It’s your sadness, idiot, he’d say.”

It’s your sadness, idiot.